Dorst
Verpakking is niet alles, maar mijn vriendin heeft in het grootwarenhuis om de hoek een Duitse biersoort ontdekt die wordt gebotteld in hoge, glazen flessen van een halve liter - met een kroonkurk die zich met de losse hand laat losschroeven. Mogelijk is dit vocht zelf niet lekkerder dan een ander, toch wil ik alleen dit merk nog. Gedaan met voor mijn dorstige ogen jammerlijk leegspuitende blikjes. Geen nood meer aan flesopeners - zowat hét kleinood dat steeds spoorloos blijkt juist wanneer de nood het hoogst is. Je ziet dit ook in al onze nachtclubs: hier of daar mag er wel iets loszitten, maar de flesopener hangt aan kettingen. Aan het handvat van de vriezer zelf!
Anderzijds: op het ogenblik zijn die bierflesjes in mijn huishouden misschien een beetje té goed in trek. Een frisse pint is lekker van zodra het donker wordt buiten, maar ’s winters duren de avonden lang; het kan hier op het moment dus moeilijk halftien worden, zonder dat ik alvast vier of vijf halfvolle pinten per ongeluk heb omgelopen. Wat is het ergst: de lege pint of de kleverige meubels? Onze nieuwe Kardinaal had gelijk in zijn kerstspeech vorige maand: misschien wordt het tijd om wat soberder te gaan leven...
En vanaf wanneer is iemand echt een alcoholist? Sommigen zeggen: van zodra hij zelfs drinkt in de prille morgen, meteen bij het ontwaken. In dat geval loop ik weinig risico, de eerste paar uur van de dag krijg ik zelfs tegen betaling geen drank door mijn strot. Een Nonkel van mij oordeelt echter strenger:“Ge zijt een alcoholist van zodra ge iedere dag alcohol drinkt. Ook als het om maar één glas per dag gaat.” Ik troost mij met de waarheid dat de Oude Egyptenaren nooit water, maar altijd bier dronken. En zoals Tom Waits al zong:“Er is geen duivel, alleen God wanneer die een beetje tipsy is...”
Snurken
