Snurken

 

Het is crisis, en dat is vooral jammer voor onze 15.000 (!) Belgische daklozen. Al zal ook de middenklasse het geweten hebben, en zelfs de gemiddelde linguïst. De crisis heeft haar eigen woordenboek. Markten staan op instorten, betrekkingen staan op de helling, kredieten bevriezen – een zoektocht naar alsmaar erger superlatieven, sinds elf september niet meer opgehouden. Heel erg vind ik zo ook de uitdrukking "koopkracht", alsof geld bezitten een kracht zou zijn. En wat een verbloeming om te zeggen "onze koopkracht daalt" in plaats van "wij worden armer!!"

Om er even aan te ontsnappen, liet ik mij het voorbije weekend naar een pittoresk theatertje in Aalst gevoerd worden, voor een toneelopvoering van Arthur Millers “Dood Van Een handelsreiziger.” Bij aanvang werd ons verzocht, onze gsm’s uit te zetten en onze fototoestellen op te bergen. Tien jaar geleden lachten wij om al die Japanse toeristen met hun foto-obsessie, inmiddels zijn we zelf een pak erger geworden. Het toneelstuk kwam aardig op gang en wist mij aan te grijpen - totdat er, na amper kwartier, middenin de tribune een man van middelbare leeftijd begon te snurken. Hij snurkte tamelijk hard en

vooral: hij stopte niet meer.

In slaap vallen tijdens een theaterstuk is geen misdaad. Zelf ben ik wel eens, wegens oververmoeidheid, rechtstaand in slaap gesukkeld in een kerk tijdens een koorlied. Maar is het niet krankzinnig dat als zo’n snurker niet wordt wakker gemaakt door zijn buur, dat er dan verder geen enkel etiket bestaat om hem het zwijgen op te leggen? 

Gsm’s en fototoestellen, - maar wat met een snurker? Iedereen moet het

uitzweten: het publiek maar ook de acteurs en zelfs de theaterdirecteur. Dàt noem ik pas crisis: iedereen krijgt er jeuk van, maar niets verandert er...